Gamen in bibliotheken flauwekul?

Dat gamen een handig en verantwoord middel is om de openbare bibliotheek weer eens in het centrum van ieders belangstelling te krijgen, wil ik best geloven. 

Ik zelf heb er echter niks mee. Ik heb nog nooit een spel op de computer gespeeld sinds ik in 1985 mijn eerst PC kocht en ben dat ook niet van plan.

Mijn inmiddels volwassen kinderen daarentegen spelen zich suf, zij kopen nieuwe spellen, zij spelen, hebben onderlinge enthousiaste conversaties over die nieuwe spellen, een enkele keer zelfs een doorwaakte nacht, begrijp ik. 

Ook lezen zij zelfs zo nu en dan een boek, maar komen nooit in een bibliotheek, dat is saai. Ik ben al blij dat ze zo nu en dan een boek lezen; zelf gekocht 'op internet' of gekregen van één van hun ouders.

Op mijn vraag wanneer zij nu ook eens in de bieb een computerspel gaan spelen, kijken zij naar me of ze water zien branden. Echt spelen doe je op je kamer of in je eigen huis. In je eigen kring, whatever that may be en wanneer het in je opkomt of hebt afgesproken. Niet in een bibliotheek tussen 4 en 6.

Alleen, starend naar een beeldscherm, hoofdtelefoon/microfoon op, in het Engels pratend tegen een -meestal- niet zichtbare mede/tegenspeler. Het is ook goed voor je Japans, want dat hoorde ik vroeger ook zo nu en dan uit een jongenskamer komen.

Kortom, ik heb zo mijn twijfels of het allemaal wel zo fantastisch is voor 'de bibliotheek'. En al helemaal niet in bijzondere bibliotheken, zoals die van het Vredespaleis. Command and Conquer 4 in de bibliotheek van het Vredespaleis! Dat zie ik zo gauw niet gebeuren.

Posted